Untitled.png

In de meeste hedendaagse economische vraagstukken heeft kapitaal een sleutelrol. Toch wordt kapitaal vaak onduidelijk en onvoldoende gedefinieerd en bestaan er heel wat misverstanden over de rol van kapitaal voor onze welvaart. In deze tekst worden een aantal belangrijke kenmerken van kapitaal toegelicht.

Wat is kapitaal?

Uiteraard moet eerst duidelijk zijn wat begrepen wordt onder kapitaal, voor we verder kunnen. Kapitaal heeft namelijk veel betekenissen, de ene al duidelijker dan de andere. Kapitaal refereert vaak naar de financiële middelen die iemand ter beschikking heeft, m.a.w. vermogen, of zelfs gewoon een grote som geld. Er is ook intellectueel en cultureel kapitaal waarvan de betekenis enorm ruim is en dan ook vaak weinig bruikbaar. In de economische wetenschap is kapitaal echter gedefinieerd als middelen om productie van consumptiemiddelen mogelijk te maken, zonder zelf rechtstreeks voor consumptie in te staan. Het gaat dus over machines, gebruiksmiddelen, half afgewerkte producten enz. In een moderne complexe economie worden bijna alle consumptiegoederen geproduceerd met de hulp van kapitaal. Het zijn enkel die middelen waarvoor uitsluitend originele natuurlijke middelen en arbeid bij de productie gebruikt worden, waarvoor geen kapitaal gebruikt wordt. Voorbeelden zijn gering, zelfs een primitieve jager-verzamelaar gebruikt kapitaalgoederen om zijn voedsel te verkrijgen: een speer bijvoorbeeld, of een zak om zijn geplukte bessen naar zijn familie terug te brengen.

Een belangrijk aspect van kapitaal is dat het heterogeen is en moet onderhouden worden. Niet ieder stuk kapitaal kan door een ander vervangen worden, integendeel, sommige machines zijn bijvoorbeeld erg specifiek en kunnen maar in één productieproces ingezet worden. Als er dus verkeerdelijk geïnvesteerd is in een kapitaalgoed, kan dat niet zomaar voor een ander productieproces ingezet worden…

Technologie en kapitaal als bouwstenen voor welvaart

Hoe komt het dat de menselijke populatie in de laatste 300 jaar zo explosief kon groeien en tegelijkertijd telkens onder beter omstandigheden kon leven? Naast een culturele liberale omwenteling speelde technologie en kapitaalaccumulatie hierin een enorme rol. De culture revolutie (zie hiervoor Bourgeois Dignity – Deidre McCloskey) maakte zowel innovatie als kapitaalaccumulatie mogelijk door een positiever aanzien van ondernemers, handelaars en kapitalisten. Het mag duidelijk zijn dat innovatie uiteraard zorgt voor meer mogelijkheden en een uitzicht op grotere welvaart. Technologie is echter niet voldoende. Stel je voor dat Robinson Crusoe, een wetenschapper die de technologische sleutel heeft tot oneindige welvaart, alleen en zonder middelen op een onbewoond eiland belandt. Robinson zal zich uiteraard moeten behelpen, en zal noch de tijd, noch de middelen hebben om zijn innovatie in de praktijk om te zetten. Hij zal zelfs de tijd niet hebben om gewassen te planten of vee te kweken, want hij zal bijna al zijn energie moeten spenderen aan het vinden van eten om de dag door te komen. Hij kan zijn technologie pas in de praktijk omzetten als hij productief genoeg is en dus voldoende kapitaal ter beschikking heeft om zich aan zijn innovatie te wijden. Hetzelfde geldt uiteraard voor de wijdere samenleving. Kapitaalaccumulatie is noodzakelijk om innovatie in de praktijk om te zetten en tot op de dag van vandaag staan de wetenschappelijke mogelijkheden een stuk verder dan de economische. De technologie voor het opwekken van energie uit hernieuwbare bronnen mag dan al ver genoeg staan om aan de wereldwijde energievraag te voldoen, dat betekent nog niet dat het economisch mogelijk is, laat staan wenselijk. Met talrijke voorbeelden als deze worden we dagdagelijks geconfronteerd.

Kapitaal, tijd en interest

Laat ons terugkeren naar Robinson Crusoe. Robinson heeft in het begin van zijn overlevingsstrijd op het onbewoond eiland geen middelen ter beschikking en moet zich behelpen met het vangen van vissen. Stel dat hij dagelijks twee vissen kan vangen en onmiddellijk opeet om te overleven: alles wat hij ‘produceert’, consumeert hij onmiddellijk. Hij werkt letterlijk om te overleven zonder enige marge. Om zijn visvangst te verbeteren wil hij een net gebruiken. Hij denkt een volle dag nodig te hebben om het net te maken. Het zou onverstandig zijn om zomaar een dag niets te eten om aan het net te werken, dat zou zijn verzwakte lichaam niet aankunnen. Hij denkt drie dagen lang slechts anderhalve vis te eten, waarna hij op de vierde dag genoeg gespaard (S) heeft om een dag niet te eten. Op dat moment investeert (I) hij zijn gespaarde vis om het net te maken: S = I. Het net is het resultaat van de investeringen en kan niet rechtstreeks geconsumeerd worden, maar kan gebruikt worden om consumptiegoederen (vis) te maken, het net is een kapitaalgoed. Merk hier de factor tijd: om méér te kunnen produceren moet eerst een langere weg afgelegd worden om het kapitaal te produceren. Het net laat hem toe 3 vissen per dag te vangen in plaats van 2. Voldoende om niet iedere dag vis te vangen, maar in plaats daarvan te sparen en te investeren wanneer nodig.

Hieruit volgt een belangrijke les: kapitaal kan pas geaccumuleerd worden als er meer gespaarde middelen beschikbaar zijn dan nodig om de huidige kapitaalstructuur te onderhouden door herinvesteringen. Als er meer gespaard wordt dan het evenwichtsniveau doet men aan kapitaalaccumulatie, als er minder gespaard wordt, treedt kapitaalconsumptie op. In dat laatste geval worden middelen die nodig zijn om kapitaal te onderhouden geconsumeerd waardoor het kapitaal uiteindelijk verloren gaat. Stel bijvoorbeeld dat een landbouwer 10% van zijn graan ieder jaar aan de kant legt om het volgende jaar te zaaien voor een nieuwe oogst. Als de landbouwer in de plaats beslist van alle graan te consumeren zal er het jaar nadien geen graan meer zijn om te zaaien, het kapitaal, hier dus het zaad, werd geconsumeerd en de bestaande productie kon niet worden voortgezet.

De eerste die tijd identificeerde als de cruciale factor in het productieproces was Oostenrijkse econoom Eugen Böhm-Bawerk. Tot dan was de algemene aanname dat de inkomsten uit de drie productiefactoren land (natuur), arbeid en kapitaal respectievelijk huur, loon en interest waren. Kapitaal is echter geen onafhankelijke productiefactor merkte Böhm-Bawerk op, kapitaal wordt eveneens geproduceerd uit de primaire factoren arbeid en land. De productie van kapitaal genereert dus inkomsten voor de primaire factoren, maar vaak is er een marge tussen de productiekost van kapitaal en de toegevoegde waarde dat het kapitaalgoed genereert. De reden voor deze marge is dat een kapitaalgoed pas kan geproduceerd worden als er eerst gespaard werd. Sparen is echter niet gratis, aangezien iedereen algemeen ongeduldig is: als potentiële investeerders hun middelen steeds ter beschikking kunnen hebben om te consumeren, waarom zouden ze die dan investeren om kapitaal te creëren als ze er niets mee winnen? Uiteraard doen investeerders dat niet, ze eisen een vergoeding voor hun wachttijd en die vergoeding is interest. Interest is dus de prijs voor tijd en regelt de vraag en het aanbod van investeerbare middelen, een vrij gevormde interest (zonder invloed van centrale banken).

Kapitaal als middel van uitbuiting

Interest is van oudsher een sterk gecontesteerde vorm van inkomsten omdat zogenaamd geen inspanningen van de kapitalist nodig zijn om interest te verkrijgen. Karl Marx noemde de inkomsten van de kapitalisten de ‘meerwaarde’ van de arbeid. Kapitalisten kunnen dus onterecht een gedeelte van de vruchten van de arbeiders ‘stelen’ en gebruiken aldus hun machtpositie om de arbeidersklasse uit te buiten.

Böhm-Bawerk toonde in zijn monumentale werk echter aan dat interest niet alleen een economische functie heeft, maar ook tot stand komt omdat kapitalisten een belangrijke dienst verzorgen waarvan werknemers de vruchten plukken. De kapitalist staat namelijk in voor, ten eerste, het voorschieten van middelen en ten tweede, het risico van de onderneming. Arbeiders moeten niet wachten op hun loon tot de toegevoegde waarde van hun arbeid effectief tot inkomsten leidt en als er iets mis loopt moeten ze hun loon niet terug betalen. Om dit beter te plaatsen kunnen we bijvoorbeeld iets naderbij kijken naar de farmaceutische industrie. Voor veel medicijnen neemt de ontwikkeling jaren in beslag. Miljoenen euro’s moeten worden geïnvesteerd om het onderzoek voort te zetten. Die middelen gaan niet alleen naar machines en chemische middelen, maar ook naar de werknemers. De kapitalisten verdienen dan wel een interest op hun investering als het medicijn succesvol op de markt wordt gebracht, maar de werknemers moesten zich niet aantrekken van het tijdselement van de investering, noch van het risico. Als we interest wegdenken uit het economische systeem, dan kan deze, voor alle partijen voordelige situatie niet meer optreden.

Conclusie

In dit kort essay werd een overzicht gegeven van een aantal belangrijke kenmerken van kapitaal. Een goed begrip van de functie van kapitaal vormt de sleutel tot het beantwoorden van een aantal belangrijke maatschappelijke vragen, zoals welke inkomsten verantwoord en rechtvaardig zijn en hoe welvaart tot stand komt. Kapitaalaccumulatie is een bouwsteen van onze welvaart en interest is de vergoeding voor investeringen die de welvaartsgroei mogelijk maken. Kapitaal en interest vormen ook de basis voor (onder andere) de Oostenrijkse conjunctuurtheorie. Conjunctuurtheorie verdient een aparte behandeling, maar het kan hier alvast gezegd worden dat interest een prijs is en prijsverstoringen altijd tot onevenwichten leiden. De rol van kapitaal is in een complexe economie dermate groot dat het verstoren van de interest enorme gevolgen heeft. We gaan er dan ook beter erg voorzichtig mee om.

 

Thomas Vergote

Comment