Wie vandaag rondloopt in Venetië, ooit de grootse stad van Marco Polo, vindt er ongetwijfeld de volgende zaken: toeristen, toeristen en meer toeristen. Toch was dat niet altijd zo: heden ten dage is het trendy Milaan van Silvio “Bunga Bunga” Berlusconi misschien wel de economische hoofdstad van Italië, maar ooit scheen de ster van Venetië veel feller dan die van haar Lombardijse buur. Hoe kwam het dat een onbenullig eilandengroepje zoveel macht kon krijgen in het Europa van de jaren 1000 tot bijna 1500?

Untitled.png

From zero to hero

Niets uit de vroege Venetiaanse geschiedenis wees erop dat de stad een mooi leven beschoren zou zijn. De origines van de stad liggen in een verzameling kleine eilandjes die zichzelf wilden beschermen tegen Lombarden, Hunnen en consoorten, die er in de 5de eeuw een sport van maakten om de resten van het West-Romeinse Rijk te plunderen. De vroege Venetianen waren dan ook maar wat blij toen bleek dat ze onder de beschermende hand van Byzantium konden leven. De economie was in die tijden gebaseerd op het overzetten van mensen per boot, vissen en het exporteren van zout naar de (kleine) Italiaanse buren.

De hulp van Byzantium bleek later de beste manier om Venetië klaar te stomen voor een belangrijke internationale rol. Toen het Exarchaat Ravenna, zoals het Italiaanse stukje Byzantijnse Rijk werd genoemd, op de rand van de afgrond stond, zag Venetië zich sterk genoeg om een eigen rol te gaan spelen. Doordat ze altijd al tot de zee gedwongen was, had ze zich door de constructie van havens alvast wat groter gemaakt. In 726 werd Ursus, met goedkeuring van de bazen uit Byzantium, als eerste Doge van Venetië benoemd. (Doge is een Venetiaanse verbastering van het Latijnse woord “dux” ofwel leider). Rond 800 kreeg Venetië dan ook de facto onafhankelijkheid.

Dat de geschiedenis de lagunestad gunstig gezind was, mag blijken uit die onafhankelijkheidsdatum. Rond die tijd zag het Europese continent geleidelijk aan weer het licht, nadat het grotendeels in verval lag tussen het einde van het WRR en de opkomst van Karel De Grote. Maar hoe zou een kleine havenstad, die weinig natuurlijke rijkdommen had, bijna geen economisch hinterland om te exploïteren of een bevolking die groot genoeg was om zich te meten met de Europese grootmachten van die tijd, ooit groot worden? Het antwoord: via een rudimentaire vorm van kapitalisme.

In de eerste eeuwen na haar onafhankelijkheid kon Venetië, via een gehoorzame politiek ten opzichte van de Byzantijnse buur, steeds meer concessies van haar afdwingen, zodat ze in 1082 via de Gouden Bulle uiteindelijke tolvrije toegang tot het Byzantijnse rijk kreeg. Rond 1050 had de stad al een inwonersaantal van 45.000, wat gradueel zou stijgen toen haar grootste innovaties volledig doorbraken, in het bijzonder het commenda-systeem.

 Een primitieve joint stock company

Een korte definitie van het commenda-, ofwel collegantia-systeem dringt zich ten eerste op. Kort gezegd was het een overeenkomst waarbij een investeerder (de socius stans) fondsen gaf aan een reizende partij (de socius procertans) die op handelstocht ging. De investeerder droeg het risico dat wanneer de reis mislukte, – een reële optie in de middeleeuwse wereld –  hij het verlies moest dragen, echter bij een geslaagde reis was hij gegarandeerd van een grote winst (zeker gezien het grote verschil tussen de aankoopprijzen van goederen in de Levant en de verkoopprijs op de West-Europese markt, waar “globalisering” totdantoe bijna beperkt was tot de jaarmarkten van de Champagne). Concreet waren er twee mogelijkheden: ofwel leverde de socius procertans 100% van de investeringen en maakte hij kans op 75% van de winst, ofwel 67% en kreeg hij 50%.

Blijft wel de vraag waar dat Commenda-systeem ergens vandaan komt. Ook al zijn historici niet geheel zeker over haar origines, de meeste bronnen lijken te wijzen naar de Islamwereld (die het weliswaar op haar beurt misschien uit andere tradities overnam...). De Arabische wereld was rond het jaar 1000 misschien wel het meest ontwikkelde gebied op de aardbol, omdat het contact had met zowel China, India, Europa als Afrika. Ter illustratie: op gebied van intercontinentale handel hield datzelfde West-Europa zich op dat moment enkel bezig met de export van slaven en zwaarden naar Oost-Europa en het Midden-Oosten, niet meteen de meest kapitaalsintensieve producten. Alleszins stonden de Arabieren wel open voor handelscontracten allerhande; de profeet Mohammed himself was bijvoorbeeld een handelaar.  Het Commenda-systeem werd dan ook vanaf het einde van de 8ste eeuw geëxporteerd naar Venetië via haar contacten met de Levant, maar alle Arabische ideeën werden pas volledig doorgegeven toen de paus aan het einde van de 11de eeuw het tijd vond voor een kruistocht of zeven. Vandaar ook dat woorden zoals douane, tarief, risico en opslaghuis puur overgenomen zijn uit het Arabisch.

Een gemakkelijke kritiek zou dan kunnen dat het Commenda-systeem simpelweg de kapitalist, die vuile socius stans, ten goede zou komen. Dat was echter compleet fout: er was geen volledige scheiding tussen kapitaal voor de ene en arbeid door de andere. De reizende partij genoot van de vrijheid die ontstond door het ontbreken van handelsbarrières in het Byzantijnse Rijk. Zo kon hij meerdere reizen tegelijk ondernemen, ondertussen ook zelf mensen aanstellen en tegelijk leningen aan anderen toestaan. Zo kunnen we uit de annalen zien dat zeer veel mensen, die nochtans zelf van lage afkomst waren, vlug in de bovenste regionen van de Venetiaanse maatschappij terechtkwamen. Ook pauselijke verboden op handel met de Arabieren lachten de Venetianen (en hun Genuese collega’s) vlotjes weg. De incentive tot winst was sterker dan de macht van de paus, die zijn moreel gezag weliswaar wat ondermijnd zag door het gesjacher met aflaten.

 Niet de eerste, maar wel de beste

Was Venetië dan de eerste stadstaat die met zulke lumineuze ideeën kwam? Zaten de heren in Genua, Milaan of Firenze dan maar wat te kuieren in de stad? Neen, zeker niet. Weinig van de Venetiaanse ideeën zijn dan ook erg origineel.

Zoals al aangetoond, kwamen zowel het commenda-systeem als verschillende andere begrippen overgewaaid uit de Arabische wereld. Er zijn echter tal van andere voorbeelden te geven.

Gouden munten? Lange tijd niet nodig geacht in Venetië, men ging ze liever halen in Byzantium. Die gouden solidus was goed, totdat hij begon te depreciëren. Men ging dan maar kijken in Italië en zag dat Genua en Firenze ondertussen ook munten sloegen, dus kon men evengoed een eigen Venetiaanse dukaat lanceren. Naar Firenze, niet toevallig ook een republiek, werd overigens wel meer gekeken. Zowel dubbel boekhouden, holdings als cheques waren veel eerder te vinden aan de oevers van de Arno dan aan de Adriatische Zee.

Waarom gaat dit stuk dan over Venetië en niet over haar buren? Daar bestaan verschillende goede redenen voor. Alhoewel Genua een grote kanshebber was, was de geschiedenis deze stad minder gunstig gezind. Ze kon slechts bijna 300 jaar na Venetië haar (bijna-)onafhankelijkheid verzekeren, vertrok vanuit een moeilijke positie met vele concurrenten en bleek uiteindelijk het kleinere broertje van Venetië. Voor Firenze zijn de redenen economischer van aard. Alhoewel ook deze stad pre-kapitalistische trekjes vertoonde, was haar maatschappij corporatiever dan die van de Venetianen. Ze werd gedomineerd door enkele grote spelers, terwijl de Venetianen letterlijk en masse hun geld in het encommenda systeem steken. Doordat Venetië op die manier economisch zelfvoorzienend was, had het ook minder nood om dat stelsel naar de buitenwereld te exporteren. Het grootste verschil lag er dus in dat meer Venetianen een deel van de koek in de wacht konden slepen.

De politieke motor van Venetië...en haar sputtering

Nu we het economische verhaal achter Venetië hebben bekeken, moeten we nog zien welke politieke factoren dit proces konden faciliteren.

De belangrijkste functie binnen de Republiek was overduidelijk die van de Doge. Dit was normaal gezien een levenslange functie, die weliswaar niet erfelijk was, zodat men niet met de problemen van zwakke koningen uit Europa zat. Ook waren de Venetianen misschien wel de eerste die de regel van de bijzondere meerderheid gebruikten om hun Doge te kiezen, waardoor factionalisme onder aristocraten grotendeels werd beperkt. Wat echter belangrijker was, is het feit dat door dat commenda-systeem nieuwe rijken gemakkelijker in het systeem geraakten. Hierdoor erodeerde de macht van de Doge gemakkelijk en werd hij al gauw onderworpen aan een systeem van checks and balances. Daardoor kreeg men onder andere de vorming van een Ducale Raad, een Grote Raad en verschillende collegia. Die werden weliswaar gedomineerd door de aristocratie maar lieten, veel meer dan in andere Europese maatschappijen van die tijd, veel ruimte voor nieuwe rijken.

Als er echter één ding is dat rijken niet leuk vinden, is het wel hun geld verliezen. Dat is echter inherent aan een kapitalistisch systeem, waarbij er door creative destruction steeds nieuwe ideeën kunnen bovenkomen die de oude vervangen en voor verbetering zorgen. Voor de “oude rijken” van dat moment is het dan ook steeds de kunst om de overheid naar haar wil te kunnen buigen, wat in Venetië niet anders lag.

Hier ligt dan ook de oorsprong van de sputtering van het Venetiaanse systeem, het begin van het einde van haar rol als een grote wereldmacht. Door een proces dat bekend staat als “La Serrata” wist de aristocratie de plekjes in de belangrijke raden zo goed als erfelijk te maken, waardoor er een einde kwam aan de doorstroming van nieuw talent naar de politieke rangen. Enkel in gevallen van uiterste nood, zoals oorlogen, werden er nog occasioneel nieuwelingen toegelaten tot de Raden. Op korte termijn was dit nog geen probleem, maar op langere termijn liep het hele systeem van Venetië zo vast. De stad bleef weliswaar gedurende haar hele bloeitijd een aristocratische samenleving, maar was de eerste Europese staat die zo dicht bij wat we nu als een democratie zouden bestempelen kwam.

Een intern probleem

Untitled.png

Critici van deze visie zullen geregeld andere redenen halen om het verval van de Venetiaanse Republiek aan te duiden. De opkomst van het Ottomaanse Rijk wordt dan vaak aangehaald, maar zoals al eerder gezegd waren pauselijke verboden (en soms zelfs oorlogen) nauwelijks een reden om de handel te stoppen. Een andere favoriet is de verwijzing naar het begin van de handel rond Kaap de Goede Hoop, waardoor Venetië overbodig zou zijn geworden. Deze visie is echter historisch incorrect. Alhoewel de Portugezen weliswaar probeerden om de Venetianen buiten de specerijenhandel te houden, die boomde vanaf de 15de eeuw, lukte dit ze niet. Ze slaagden er nooit in om tegelijk de Rode Zee en de Perzische Golf af te sluiten, waardoor de Venetianen altijd wel op de één of andere manier aan hun pepertjes en andere specerijen geraakten. Ook hielp het dat er vrijwel geen betere alternatieven waren dan Venetië, tegen dan slechts een schim van haar vroegere, kapitalistischere zelf. Germaanse handelaren in de stad kregen meer en meer restricties op hun handelen, maar hadden op dat moment nog geen ideale alternatieven.

Dat alles veranderde grotendeels met de opkomst van de Hanseatische Liga en later met de opkomst van Antwerpen en Londen. Vooral deze laatste twee zouden illustratief zijn voor de val van Venetië. Een van de zaken waarmee Venetië traditioneel kon pronken, was de kwaliteit van haar producten. Dit was echter geen beslissing die er via een vrijemarktproces kwam, maar wel door zware regulatie van de Venetiaanse gilden, aan de top gedomineerd door aristocraten. De Engelsen, die rond deze tijd politiek veel meer vrijheden genoten dan de meeste andere Europeanen, hadden geen last van deze restricties. Zij maakten lagere kwaliteit, verkochten deze ook aan een lagere prijs en gingen in sommige gevallen zelfs zo ver dat ze gewoon Venetiaanse logo’s op hun kledij aanbrachten, een praktijk waar sommige Chinezen nu nog jaloers op zouden zijn. Door de strikte regulatie kon Venetië niet meer reageren op deze concurrentie en verloor de stad in de zestiende en zeventiende eeuw meer en meer van haar prestige, waarna de restjes in 1797 door de aanstormende Napoléon werden opgeplukt.

Conclusie

Het verhaal van Venetië moet in de eerste plaats een les zijn voor verscheidene landen vandaag de dag, zoals China of Myanmar. In China kent men sinds de jaren ’80 weliswaar verregaande economische liberalisering, maar deze gaat niet gepaard met politieke vrijheden. In Myanmar overheerste een militaire kaste het land dertig jaar met harde hand, waarna nu een periode van democratisering lijkt te komen, maar waarbij de generaals een serieuze parlementaire (meerderheids)stok achter de deur houden. De betere economische instellingen zorgden dus voor een gevulde schatkist in Venetië, maar de sleutel van de kist werd jammer genoeg nog te veel vastgehouden door enkele aristocratische handen. Zodra deze kist werd gemonopoliseerd door een kleinere groep aristocraten, viel de hele constructie in duigen. Daardoor is Venetië nu voor Japanners een mooie attractie, maar voor ons een voorbeeld van hoe het niet moet.

 

Filip Batselé

5 Comments