Aan de meer extreme kant van het liberale spectrum bevindt zich een filosofie genaamd het voluntarisme, wier kerngedachte inhoudt dat vrije wil steeds een noodzakelijke voorwaarde is voor moreel gedrag; alle initiatie van geweld wordt immoreel geacht. Voluntarisme kan men bijgevolg ook zien als een ideologie die zich uitermate strikt aan het non-agressieprincipe houdt.

In dit artikel bespreek ik een van de meest controversiële gevolgen van deze filosofie, namelijk individuele soevereiniteit: de idee dat een gecentraliseerde overheid zich inherent schuldig maakt aan de initiatie van geweld en zodoende afgeschaft moet worden.

Het impliciete contract

Untitled.png

Wanneer wij ons afvragen hoe onze relatie als burger ten opzichte van de staat tot stand komt, dan kunnen we niet anders dan constateren dat dit impliciet gebeurt: het is altijd zo dat men onder het gezag van een staat valt zodra men een bepaald land betreedt. De overheid claimt in feite elk individu binnen een zekere straal automatisch als haar rechtssubject, en gaat ervan uit dat zij haar wetten aan hen mag opleggen (met alle nodige middelen); in geen enkel land wordt men eerst  gevraagd akkoord te gaan met één of ander contract dat de staat expliciet deze bevoegdheden toekent. Daarenboven vermoed ik dat elke overheid die toch om toestemming zou vragen, een weigering van dit contract zou beantwoorden met onmiddellijke uitwijzing (wat ironisch genoeg opnieuw een impliciet contract ter bevestiging van autoriteit vereist). De allereerste vraag die dus in het hoofd springt, is hoe zo'n overeenkomst gelegitimeerd kan worden als ze ten eerste niet berust op vrijwillige instemming en ten tweede opgelegd wordt met een (figuurlijk?) pistool tegen de slaap. Waarom heeft een staat de facto het recht haar regels op te leggen aan iedereen die zich binnen een zeker gebied begeeft?
Het makkelijkste antwoord is het meest pragmatische: omdat het kan. Een staat beschikt traditioneel over een dermate groot wapenarsenaal dat zij menig burgerprotest plat kan stampen nog voordat het uitgroeit tot een echte bedreiging. Het behoeft geen discussie dat deze vorm van redeneren (een ad baculum in het jargon) niet als geldig wordt aanschouwd in eender welke kring die argumentatie serieus neemt. Daarnaast is dit niet te stoelen op het non-agressieprincipe, aangezien het erop neerkomt dat macht gelijk geeft.

Een eerste echt argument is dat dit een noodzakelijke manier van werken is, omdat anders niemand akkoord zou gaan met het contract en er totale chaos zou heersen in de vorm van constante burgeroorlogen en een puur recht van de sterkste. Aan de basis van deze stelling ligt de aanname dat mensen in toom moeten gehouden worden omdat ze anders veranderen in beesten die elkaar zullen verslinden. Laten we veronderstellen dat dit klopt: zonder een machtige overheid die hen onderdrukt, moorden mensen elkaar uit. Bemerk echter dat de overheid in kwestie eveneens bestaat uit mensen die dus evenzeer vatbaar zijn voor die catastrofale zwakte, zodanig dat een overheid uiteindelijk zowel zichzelf als haar bevolking zou moeten uitroeien (zeker als men in acht neemt dat de overheid de meeste macht in handen heeft). Ik zie slechts twee manieren om dit probleem op te lossen:

  1. Men voert controles uit op de overheid;
  2. Men stelt dat de overheid bestaat uit een elite die altijd beschaafd blijft ongeacht hoeveel macht en hoe weinig controle zij krijgt.

De eerste optie kan nog steeds niet ontsnappen aan het probleem dat deze controle door mensen moet gebeuren, zodanig dat dit op termijn ook ten onder gaat aan corruptie. De controleurs moeten immers in zekere zin meer macht hebben dan de overheid, hetgeen nog een controlemechanisme zou vereisen, en zo verder ad infinitum. Men zou daarop kunnen zeggen dat de controleurs via een soort van checks and balances elkaar in het oog moeten houden en corruptie wederzijds bestrijden. Maar als de mens inherent zo corrupt is, wat houdt er hen dan tegen om via uitgebreide politieke spelletjes en complotten de integriteit van dat systeem alsnog te ondermijnen? Uit onze aanname volgt namelijk dat mensen continu er alles aan zouden doen om de samenleving te destabiliseren, dus op enige goede wil mogen we niet rekenen. De tweede optie alludeert naar Plato's concept van de Ideale Staat, en dat is al zo rigoureus onderuit gehaald dat ik mij er niet mee bezig zal houden.

We kunnen ook beweren dat een staat eigenaar is van de geografische zone waarover zij haar gezag claimt, zodanig dat het impliciete contract verantwoord wordt door pure eigendomsrechten. Dit legitimeert echter niet alles wat een staat over het algemeen doet: de traditionele liberale visie op eigendomsrechten impliceert immers geen monopolie op geweld (een discussie over eigendomsrechten valt buiten het bereik van dit artikel, dus nemen we de courante visie als norm). Als de staat eigenaar zou zijn van de regio die zij claimt, dan zou zij nog steeds geen recht hebben geweld te initiëren tegen anderen die geen fysieke bedreiging vormen. Overheden doen dit echter met de regelmaat van de klok: volkomen onschadelijke personen worden vaak genoeg hardhandig afgestraft zonder echte provocatie (ik ga ter ondersteuning van deze stelling enkel maar zeggen dat men af en toe eens een krant moet lezen of buiten moet komen). Bovendien is de eigendomsclaim van de overheid uitermate dubieus: zij poneert gewoon haar recht op het land, tezamen met haar monopolie op het gebruik van geweld. Normaal gesproken kan eigendom slechts verworven worden op twee manieren: door het goed in kwestie als eerste te exploiteren of door het te krijgen van de vorige eigenaar. Ten eerste zitten we hier met een bewijslast: het is aan de mensen die het recht opeisen om aan te tonen dat zij dit effectief bezitten, en ik zie niet in hoe de overheid dit geloofwaardig kan doen (zij doet hier zelf trouwens geen enkele poging toe). Ten tweede mogen we ons afvragen waarom het opleggen van arbitraire regels over een bepaalde lap grond exclusief het recht van de overheid zou zijn. Wat maakt de staat zo speciaal dat enkel zij haar eigendomsrechten mag uitbreiden met een geweldmonopolie?

We moeten ook de idee in overweging nemen dat de autoriteit van een staat gelegitimeerd wordt door de instemming van de burgers, aangezien dit een populaire opinie is. Dit verwijst uiteraard naar de democratie, en gaat uit van het ideaalbeeld dat men via een democratisch kiesproces tot algemeen aanvaardbare normen komt. Laten we alle praktische aspecten negeren en ervan uitgaan dat wij in een perfecte democratie leven, hoe komen de wetten dan tot stand? Via consensus van de meerderheden die de kiesdrempel gehaald hebben; de meningen van minderheden worden helemaal uitgesloten tenzij een aanzienlijk aantal mensen uit de verkozen meerderheden tegelijk voldoende sympathie én voldoende invloed hebben om met hen rekening te houden. Aan de grondslag van de democratie liggen de aannames dat maatschappijen in staat zijn tot een serieuze consensus te komen én dat een dergelijke mening, die per definitie toebehoort aan de meerderheid, een dwingend karakter heeft voor de gehele bevolking. Met andere woorden: sommige mensen worden verplicht hun leven te gaan leiden volgens de regels van anderen met wie zij het fundamenteel oneens kunnen zijn, zonder mogelijkheid tot klagen (men luistert immers enkel maar naar de klachten van een grote massa), louter omdat hun opinie niet populair genoeg is. Naast het feit dat dit een populistische drogreden is en dus argumentatief gezien geen enkele steek houdt, druist het lijnrecht in tegen één van de pilaren van het liberalisme, namelijk dat mensen eigenaar zijn van hun eigen leven. De democratie vervangt dit principe door het axioma dat de massa eigenaar is van ieders leven.

Merk tot slot ook op dat er dankzij dat fameuze geweldmonopolie principieel niets is wat een staat tegenhoudt te doen wat haar goed dunkt: aan de bevolking is immers geen recht op verdediging zomaar gegund; het bestaat slechts (met veel geluk) bij gratie van de overheid (en meestal dan nog in zeer beperkte mate). Het vormt ook een flagrante schending van het non-agressieprincipe, want in simpele termen komt dit monopolie gewoon neer op de stelling dat de staat geweld mag initiëren wanneer zij dat goed vindt, zonder dat er echte reden voor moet bestaan en zonder dat iemand erover mag klagen (althans, toch niet klagen op een manier die effectief verandering kan teweegbrengen). Door aan "haar" burgers het recht op verdediging te ontzeggen, ontkent de overheid ook onmiddellijk het eerder aangehaalde principe van autonomie, dat stelt dat iedereen eigenaar is van zijn eigen leven.

Zelfs al gunnen wij aan de voorstanders van het huidige systeem dat de overheid nooit (te) corrupt wordt en/of dat zij gelegitimeerd eigenaar is van het land in kwestie, dan nog is haar geweldmonopolie niet te verdedigen op liberale gronden. Het grote pijnpunt is het feit dat het om een monopolie gaat: wij zijn allen verplicht de wetten op te volgen die de staat dicteert, “of anders … !”. Concurrentie is hier niet mogelijk: alle macht is gecentraliseerd en het wordt gezien als een daad van terrorisme om dit juk te proberen afwerpen.

Vrije-marktanarchie

Untitled.png

Een laatste argument dat men zou kunnen aanwenden op dit punt, is of er dan een betere manier is om orde te handhaven. Kan een vredevolle samenleving bereikt worden zonder dat er een gecentraliseerde organisatie met een geweldmonopolie aan het hart ervan zit? Het antwoord dat het voluntarisme hierop geeft, is een zogenaamde vrije-marktanarchie.

Als we aannemen dat geweldmonopolies niet moreel te verantwoorden zijn, komt onmiddellijk het idee van concurrentie naar boven: er zouden dan verschillende "beschermingsagentschappen" kunnen bestaan die elk een bepaald recht op geweld claimen in naam van hun klanten. Cynici zouden nu opmerken dat, in plaats van één enkele centrale instantie het recht te geven het non-agressieprincipe willekeurig te overtreden, we dat nu gegeven hebben aan een hele hoop private bedrijven en zodoende het probleem gewoon vermenigvuldigd hebben. Het verschil zit hem echter in het feit dat een staat niet onderhevig is aan concurrentie, terwijl dit voor de beschermingsagentschappen wel het geval is. Deze organisaties zouden het zich niet kunnen veroorloven te veranderen in dictators over hun klanten, want dan zouden ze helemaal geen klanten meer hebben. De mensen zouden zich noodgedwongen aansluiten bij concurrerende agentschappen (of zelf dergelijke agentschappen oprichten), waardoor de dictators voor een keuze komen te staan: ofwel een oorlog starten, ofwel hun beleid aanpassen. Als ze kiezen voor oorlog hebben ze af te rekenen met alle andere beschermingsagentschappen, vermits die nu een gouden kans in de schoot geworpen krijgen om te bewijzen wat voor integere en betrouwbare dienst ze leveren (het opruimen van gestoorde fanatiekelingen is altijd mooie reclame).

Sommigen zouden problemen hebben met dit systeem op basis van het feit dat men nu gerechtigheid moet kopen. Registratie bij een beschermingsagentschap zou uiteraard geld kosten, en als men de rekeningen niet kan betalen, krijgt men geen service. Wat we hier over het hoofd zien, is dat we bij een centrale overheid eveneens moeten betalen voor de dienst: dat heet dan "belasting", en het is om twee redenen erger dan de kosten voor een beschermingsagentschap. Ten eerste zijn belastingen niet vrijblijvend: wie niet betaalt, wordt niet simpelweg uit de organisatie gezet; men wordt gevangengezet, bestolen, geslagen en geridiculiseerd totdat de machthebbers hun lol hebben gehad. Als we ten tweede de macht van de overheid combineren met het dwingend karakter van haar belastingen, is het niet moeilijk in te zien dat er weinig motivatie is om de belastingen laag te houden. Merk op dat beide problemen zich zelfs niet zouden voordoen als we beschermingsagentschappen hadden: wie niet betaalt, zou eenvoudigweg geen bescherming meer krijgen. Daarenboven zouden de prijzen onderhevig worden aan de marktwerking, zodat ze niet arbitrair de hoogte in kunnen schieten.

Maar wat met mensen die geen agentschap kunnen betalen? Krijgen zij dan geen enkele bescherming tegen overtredingen van hun rechten? Dit zou inderdaad een krachtig tegenargument zijn, ware het niet dat er zo goed als overal ter wereld goede doelen en vzw's bestaan. Is het zo hoog gegrepen om te stellen dat er ook beschermingsagentschappen zouden zijn die hun diensten gratis of in ruil voor niet-geldelijke wederdiensten aanbieden aan bepaalde personen, overwegende dat er al soortgelijke organisaties bestaan voor de bescherming van dieren en het voorzien van onderdak aan daklozen? Dat er zoveel goede doelen bestaan, is volgens mij een sterke aanwijzing dat armen niet aan hun lot zouden worden overgelaten in een vrije-marktanarchie. Welk goed doel zou belangrijker zijn en meer aandacht trekken dan dit? Ik weet dat ik het alleszins zou steunen.

Het belangrijkste bezwaar heb ik tot het laatste gespaard: wat als mensen die aangesloten zijn bij verschillende beschermingsagentschappen met elkaar in conflict komen? Hoe bemiddelen de agentschappen dit dan? De meeste tegenstanders springen tot de conclusie dat dit onmiddellijke guerilla tot gevolg heeft. In zijn boek The Machinery of Freedom behandelt David Friedman dit onderwerp uitvoerig, en ik zou het geenszins volledig recht kunnen aandoen in een artikel van vijf bladzijden. Kort gesteld gaat zijn theorie uit van de heel simpele premisse dat oorlog duur is (natuurlijk niet alleen op financieel vlak), en dat daardoor geen enkel beschermingsagentschap ertoe geneigd zou zijn. In plaats daarvan zou men opteren voor arbitrage, een systeem van particuliere rechtspraak dat al in de praktijk succesvol wordt gehanteerd bij bepaalde geschillen. Hierbij gaan beide beschermingsagentschappen akkoord hun probleem voor te leggen aan een neutrale arbiter, en erkennen ze diens besluit als bindend. Een voor de hand liggende vraag is nu welke autoriteit de agentschappen ertoe dwingt zich te houden aan de uitspraak van zo'n arbiter. Het antwoord grijpt terug op de hele reden achter arbitrage: het feit dat het alternatief een burgeroorlog is, en dat geen enkel beschermingsagentschap dat de marktwerking hoopt te overleven het zich kan veroorloven zo'n extreem conflict aan te wakkeren; ze zouden simpelweg failliet gaan.

Persoonlijke secessie

Ik ga niet de schijn ophouden dat een vrije-marktanarchie een panacee is; beslist niet. Op globaal vlak vormen alle menselijke maatschappijen immers een vrije-marktanarchie: de verschillende staten kan men zien als verschillende beschermingsagentschappen die met elkaar concurreren via de grootte van hun bevolking (i.e. hun klantenbestand) en hun economische welvaart. Het is duidelijk dat dit systeem zijn zwakke punten heeft: oorlog is zeker niet uitgesloten ondanks alle economische en rationele bezwaren, en eerlijke concurrentie (in welke zin van het woord dan ook) is geregeld ver te zoeken. Trekken we de analogie nog verder door, dan is het maar de vraag welke gruwel de tegenhanger zou zijn van een wereldoorlog in een vrije-marktanarchie.

Ik kan nu het klassieke argument aanhalen dat geen enkel systeem perfect is, maar dat is voor mij niet van tel. Persoonlijk hecht ik slechts waarde aan de observatie dat, zelfs met alle zwaktes die eraan inherent zijn, een vrije-marktanarchie goed genoeg kan werken. Het is onvermijdelijk dat in een wereld met zo'n grote bevolking als de onze er probleemgebieden zullen zijn en er nooit totale vrede zal heersen, maar dat is geen fout van het voluntarisme; die fout ligt bij onszelf, en geen enkele filosofie zal daarin ooit verandering brengen. Ik ben bereid ook de slechte gevolgen te aanvaarden van deze ideologie, eenvoudigweg omwille van de vrijheid die ermee gepaard gaat.

Het paradoxale aan vrijheid is dat we de problemen die zij teweegbrengt niet kunnen oplossen door haar in te perken, maar enkel door haar uit te breiden.

 

Jonathan Peck

Comment