Reactie op actie GSR 28 maart 2013

Vandaag betogen de studenten van de Gentse StudentenRaad voor meer publieke financiering van het hoger onderwijs. In hun strijdkreet weerklinken 7 eisen. Hun ambities lijken veelbelovend: kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen, waardering van de hogescholen, maar tegelijkertijd zorgen dat diploma’s geen massaproduct worden. Helaas is hun verontwaardiging doorspekt met tegenstellingen, en roepen ze om meer van hetzelfde. 

De GSR eist dat 7% van de totale publieke financiering aan het onderwijs wordt toegewezen. Zo willen ze dat het hoger onderwijs verder wordt gedemocratiseerd. Ze willen dat iedereen toegang krijgt tot kwaliteitsvol hoger onderwijs; het mag geen privilege zijn van de ‘happy few’ (sic). Hoewel je hier op het eerste zicht moeilijk tegen kan zijn, mogen we de onbedoelde implicaties van hun uitgangspunten niet uit het oog verliezen. 

Kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen, bestaat dat wel?

Wie kwaliteitsvol onderwijs wil genieten, verwacht per definitie van die instellingen dat ze een bepaald niveau hanteren. Daaruit volgt noodzakelijk dat je niet eender wie kan toelaten tot een bepaalde richting.

Wie vandaag uit het middelbaar onderwijs komt, heeft onmiddellijk een ticket beet om zich in te schrijven aan een hoger onderwijsinstelling. Bij gebrek aan financiële of andere drempels en de maatschappelijke verwachtingen van vandaag indachtig, starten dan ook heel wat mensen een opleiding. Gevolg: het studentenaantal is de voorbije jaren de lucht ingeschoten. Auditoria met trappen vol studenten zijn hier een tragisch gevolg van.

Hoewel heel wat mensen binnen de kortste tijd hun ambities om een diploma te behalen opbergen, kan niet ontkend worden dat een enorme toestroom van studenten de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede komt. Kwaliteit en kwantiteit zijn dan ook in vele gevallen onverenigbaar.

De andere kant van de medaille: diploma-inflatie.

We mogen niet vergeten dat de vraag naar hoogopgeleide mensen niet noodzakelijk stijgt omdat de overheid ons onderwijs gretig sponsort. Door een stijging van het aantal afgestudeerden daalt noodzakelijk ook de kwaliteit van de behaalde diploma’s. Dit heeft als gevolg dat steeds meer mensen hun toevlucht nemen tot het behalen van meerdere diploma’s om het verschil te kunnen maken op de arbeidsmarkt. Ongebreidelde onderwijssubsidies die bedoeld zijn om iedereen ‘kwaliteitsvol’ onderwijs te  garanderen, bevatten met andere woorden een inherente imperfectie: door de kwaliteitsdaling van de diploma’s gaat iedereen meer en langer studeren. Men komt aldus terecht in een vicieuze cirkel. Het moet niet gezegd dat het systeem op die manier steeds meer onhoudbaar wordt, zowel voor de overheid als voor de studenten.  

Het komt er dan ook op aan een kat een kat te noemen. Hoger onderwijs is niet voor iedereen. Het is slechts bedoeld om mensen voor te bereiden op het uitoefenen van bepaalde categorieën beroepen. De vacatures voor deze beroepen zijn beperkt. Daar zal geen overheidsprogramma ooit iets aan veranderen. Universiteiten en hogescholen moeten durven intellectueel-‘elitair’ te zijn, zonder dat dat noodzakelijk een vies woord hoeft te zijn. 

Studenten kunnen geschift worden om allerlei redenen. Terwijl het wegnemen van financiële drempels niet noodzakelijk slecht is, is het wegnemen van prestatiedrempels nefast. In ons systeem wordt amper geschift tout court. Universiteiten en hogescholen zijn meer dan ooit diplomafabrieken. Ironisch genoeg klaagt de GSR dit gegeven wel aan, maar laat ze een kans liggen om voor meer responsabilisering te pleiten.

Responsabilisering als deus ex machina?

Uit ons betoog hierboven volgt dat een stijging van de overheidsuitgaven een systematische kwaliteitsdaling en een diploma-inflatie in de hand zal werken. Vanzelfsprekend heeft niemand hier baat bij.

Maar wat moeten we dan wel doen? Moeten we publiek onderwijs volledig afschrijven? Niet noodzakelijk. Het debat over de privatisering van het onderwijs is deels irrelevant: het gaat slechts om de keuze welke middelen gebruikt moeten worden om ons onderwijs meer te responsabiliseren. 

Een mogelijke oplossing is het afschaffen van de rechtstreekse financiering van onderwijsinstellingen en het vervangen ervan door een financiering van de student zelf. Op die manier blijft onderwijs betaalbaar voor iedereen, maar heb je wel de heilzame effecten van het feit dat universiteiten en hogescholen een zo goed mogelijk onderwijs dienen aan te bieden willen ze blijven verder bestaan. Een dergelijk vouchersysteem kan zelfs door niet-universitairen of niet-hogeschoolstudenten aangewend worden voor bijscholingen en dergelijke meer, waardoor diegenen die het geluk niet hebben om verder te studeren niet langer benadeeld worden.

Als we binnen ons hedendaags publiek denkkader blijven, kunnen we alvast concluderen dat een systeem van responsabilisering bijna volledig afwezig is. De recentste poging om een vorm van responsabilisering in te voeren, ons huidig studiepuntensysteem, kan niet bepaald een succesverhaal genoemd worden. Bissen of zelfs trissen kan immers nog steeds probleemloos en quasi-onvoorwaardelijk. In feite kan je na een jaar slagen meer dan 3 jaar een luilekkerleventje leiden en nog steeds studiepunten overhouden. De verhalen van mensen wiens inschrijving geweigerd wordt zijn zeer schaars. Een ‘game over-scenario’ blijkt slechts illusoir.

De lichtzinnigheid waarmee bepaalde mensen hun opleiding opvatten is simpelweg geïnduceerd door ons hedendaags systeem. Mensen beginnen vaak zonder nadenken aan een opleiding, omdat dit toch relatief kosteloos is in vergelijking met de werkelijke kost van een opleiding. De moral hazard om te bissen/trissen wordt overigens op dezelfde manier  in de hand gewerkt. 

Het is duidelijk dat ons systeem vandaag gebrekkig is in de zin dat studenten niet gewezen worden op het feit dat hun opleiding voor het overgrote deel betaald wordt door anderen. Responsabilisering kan dit euvel verhelpen, ofwel door het systeem van binnenuit te reguleren, ofwel door een grotere rol weg te leggen voor privaat onderwijs. Onenigheid over de middelen hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat het doel uit het oog moet verloren worden.

We willen ten slotte de GSR eraan herinneren dat diegenen die de kans krijgen om aan de universiteiten en hogescholen te studeren net de ‘happy few' uitmaken. Vragen om een hogere financiering op kosten van de hele maatschappij, dus ook op de kap van de laaggeschoolden, is eerder cynisch te noemen.

Comment