In dit artikel wil ik even stilstaan bij het begrip ‘sociaal’. Wat houdt dat precies in? Wat moet je doen om sociaal te zijn en wie kan beschouwd worden als asociaal? Iedereen geeft er natuurlijk een eigen invulling aan, al dan niet sterk beïnvloed door de media en foute percepties. 

Vaak worden liberalen geassocieerd met asocialen, egoïsten en onmensen. Liberalen weten natuurlijk wel beter. Dit misverstand doet mijn donkerblauw hart bloeden. Daarom wil ik met dit artikel deze leugen ontkrachten.

Volgens mij kun je niet socialer zijn dan door liberale waarden te verdedigen. Natuurlijk is het belangrijk om een gemeenschappelijke definitie te hebben van ‘sociaal zijn’. Ik zal beginnen met deze definitieomschrijving. Vervolgens licht ik toe waarom een overheid het individu sociaal lui maakt. Als laatste tracht ik uit te leggen waarom een egoïstische en vrije samenleving een meer solidaire samenleving zou zijn. 

Wat is ‘sociaal zijn’?

In april leg ik de eed af als OCMW-raadslid in mijn gemeente. Toen ik het nieuws omtrent mijn OCMW-mandaat vertelde, kreeg ik al de opmerking “Wat ga jij daar doen? Je bent asociaal en wilt niet herverdelen”.  Interessante vraag is dus of een liberaal daar wel op z’n plaats zit. Is een liberaal wel per definitie sociaal? 

De algemene perceptie die momenteel heerst in onze maatschappij omtrent sociale thema’s is dat alleen de overheid hierin moet voorzien via de herverdeling van belastinggeld. Hoe groter een overheid, hoe meer er kan worden herverdeeld. Hoe meer belastingen je betaalt, hoe socialer je bent. Daar ben ik het als zelfverklaard volbloed liberaal niet mee eens. Grote fout die gemaakt wordt is natuurlijk de verwarring tussen de begrippen ‘socialistisch’ en ‘sociaal’. Deze begrippen worden vaak als hetzelfde beschouwd. In een sociale welvaartsstaat eist de overheid een deel van je inkomen/vermogen op. Met dat belastinggeld bepalen de politici wat er zal gebeuren, en wat er met andere woorden sociaal is. De overheid bepaalt ook welke keuzes je moet maken (subsidiebeleid) en wat het beste voor je is (cfr. bv. drugs). De gelijkenis met een babysit of bemoeizieke schoonmoeder is treffend. In een liberale samenleving bepaalt het individu zelf wat sociaal is, of en in welke mate ze solidair wil zijn met mensen in armoede.  

In een vrije samenleving zullen er uiteraard mensen zijn die niet solidair willen zijn en dus al hun vermogen voor zich zullen houden. Op zich geen probleem. Ik verdedig het eigendomsrecht, dit houdt in dat je kan doen met je verworven vermogen wat je wil. Een individu moet het recht hebben om niet te herverdelen.  Of je er nu voor kiest om je vermogen voor jezelf te houden of om solidair te zijn met anderen, dat is een eigen keuze. Geen enkele keuze is superieur over de andere. 

Ikzelf ben bv. vrijwilliger bij De Wervel, een vzw waar mensen zonder inkomen wekelijks gratis voedsel kunnen krijgen. Mensen die kleren, zetels, kasten enzoverder over hebben, kunnen deze binnenbrengen. Deze worden dan verkocht aan een minimale prijs. Zo geven we de arme mensen de kans om het gevoel te hebben dat ze ook iets kunnen kopen voor hun kinderen. 

Of je al dan niet solidair bent is een eigen keuze en moet komen vanuit het hart, en niet opgelegd door één of andere wetgeving. Ik heb dus geen overheid nodig om sociaal te zijn. 

In discussies met mensen die de herverdelingsfunctie van de overheid verdedigen is het altijd grappig (lees: schrijnend) vast te stellen welk fatalistisch (wereld)beeld er wordt opgehangen van een vrije samenleving. Stel dat er geen sociale zekerheid meer zou zijn, dan zou het elk voor zich zijn en zou geen enkel individu het initiatief in eigen handen nemen om solidair te zijn met iemand die veel ongeluk kent wegens ziekte, faillissement, ongeval, brand,… Die visie verwerp ik volkomen. Als liberaal geloof ik in de kracht van mensen, in het verantwoordelijkheidsgevoel van het individu. 

Hoe ziet een liberale maatschappij er dan uit? Een sociale overheid bestaat alvast niet. 

Overheid maakt mensen sociaal lui

Waarom is er in ons land evenveel armoede (±15%) als in de Verenigde Staten, het land waarmee socialisten altijd dwepen als zijnde egoïstisch en niet sociaal? Met dat cijfer kunnen we niet echt concluderen dat de welvaartsstaat een succes is. Het is mijn overtuiging dat verplichte solidariteit voor een grote groep inefficiënt en ineffectief is en zelfs het individu egoïstisch maakt. 

Laten we solidariteit even toetsen aan een dagdagelijks voorbeeld.  Jij en je partner gaan uit eten met een bevriend koppel. Om lange rekensommen achteraf te vermijden, beslissen jullie samen om een gemeenschappelijke pot te leggen. Omdat je gekozen hebt voor een gemeenschappelijke pot, ga je kiezen voor iets dat niet te duur is. Je wil namelijk je vrienden niet laten meebetalen voor iets waar jij voor kiest. 

Stel nu dat je die gemeenschappelijke pot deelt met miljoenen mensen (cfr. welvaartsstaat). Zal je dan nog steeds zo verantwoordelijk zijn om slechts te bestellen wat je nodig hebt? Volgens mij niet. Hoe groter de groep waarmee je uit eten gaat, hoe minder de verbondenheid met de groep, hoe groter de neiging om meer en duurder eten te bestellen dan je eigenlijk nodig hebt. In een dergelijke grote groep ben je anoniemer en is de verbondenheid minder groot. Doordat je die mensen niet kent, ga je ze wantrouwen (onbekend maakt onbemind). Je gaat ervan uit dat zij zullen profiteren van de pot en dus ook van jouw bijdrage, waarvoor je trouwens gedwongen werd om bij te leggen. U bent natuurlijk niet zeker dat de anderen meer zullen eten dan ze hebben bijgelegd maar voor alle zekerheid zult u toch maar trachten het maximale eruit te halen.  

Uit dit voorbeeld haal ik twee criteria voor solidariteit: verbondenheid en spontaniteit.

Verbondenheid houdt in dat er sociale cohesie moet zijn tussen de leden van de groep.  Vergelijk maar eens de sociale cohesie van een plattelandsgemeente en een grote stad. In een plattelandsgemeente kent iedereen iedereen en is er dus een grotere incentive om elkaar te helpen waar nodig. In een grote stad is die incentive veel kleiner. Doordat je met zovelen woont op eenzelfde plek, is de verbondenheid kleiner en dus ook de sociale cohesie. Solidair ben je pas met mensen die je kent en waarvan je weet dat ze jouw hulp nodig hebben en verdienen. 

Tweede criteria is spontaniteit. Spontaniteit houdt in dat het individu kiest om solidair te zijn. Indien het verplicht wordt, is ze solidair omdat het moet. Beter is de solidariteit te laten vertrekken vanuit het vrije individu. Ieder zal zelf wel zijn of haar verantwoordelijkheid nemen, en dit uit egoïstische motieven nog wel (zie verder hieronder). Onze welvaartsstaat neemt deze motieven echter weg. 

Met bovenstaand voorbeeld wil ik duidelijk maken dat de overheid en de welvaartsstaat het individu sociaal lui maakt. Doordat elk individu verplicht wordt door de overheid om een significant deel van diens inkomen af te staan in naam van de solidariteit, neemt de overheid elk incentive weg. Diegene die financieel afhankelijk wordt gemaakt van de overheid denkt dat hij recht heeft op een deel van het vermogen van iemand anders. Diegene die werken, sparen en ondernemen hebben geen incentive meer om nog solidair te zijn omdat ze al een significant deel van het inkomen hebben moeten afstaan. 

Het  hele intentieproces dat ik zonet beschreven heb is natuurlijk maar een persoonlijke denkpiste, maar volgens mij eentje die nauw aanleunt aan de psychologie van het individu (zie ook verder).

Daarom pleit ik voor solidariteit tussen kleinere, spontaan ontstane groepen, tussen mensen die daarvoor kiezen. De verbondenheid in een groep bepaalt in welke mate ze elkaar zullen helpen. Er zal meer gedacht worden aan het algemeen belang van de groep. 

Leve het egoïsme!

Ik ga dus niet mee in de fatalistische redenering als zou het individu niet solidair zijn zonder de welvaartsstaat. Hoe kunnen we dat nu zo zeker zijn?  Het antwoord vinden we terug in ons brein.

Alles wat we doen, doen we uit egoïsme. Dit principe kan je op alles toepassen. Een werknemer gaat niet gaan werken omdat hij wil dat de ondernemer winst kan maken, maar omdat hij brood op de plank wil en zijn gezin wil onderhouden. Een bakker bakt geen brood omdat hij dat goed kan, maar omdat ook hij, ironisch genoeg, brood op de plank wil. Ondernemers stellen geen mensen tewerk uit altruïstische motieven, maar omdat ze die mensen nodig hebben om hun winst zo te maximaliseren. Het mooie aan dit egoïsme is dat niet alleen het individu zelf er voordeel uit haalt, maar ook de omgeving (werknemer, klant van de bakker, aandeelhouder,..). 

Dit kan je ook toepassen op de spontane solidariteit. Een individu zal geen goede daad stellen omdat hij een altruïst is. Hij zal dit doen omdat hij zich goed wil voelen. Hij wil de zogenaamde ‘warme gloed’ ervaren. Dat is het gevoel dat je hebt wanneer je iets betekent voor iemand door iets goeds te doen. Dit ‘warme gloed-effect’ ervaren we allemaal als we bv. onze plaats afstaan aan een bejaarde op de bus of wanneer we ons vrijwillig inzetten voor de lokale jeugdbeweging. De voorbeelden zijn legio. Belangrijk is dat niets of niemand je hiertoe verplicht. Je doet dat omdat je dat wilt.

Neurobiologen hebben het al bewezen: die warme gloed activeert hetzelfde stuk van de hersenen dat in werking treedt bij moeilijke beslissingen waarbij egoïsme en morele overwegingen een rol spelen. Onze hersenen associëren die warme gloed zelfs met seks, geld, eten en drugs. 

Het klinkt misschien weinig romantisch maar solidariteit is ook een resultaat van vraag en aanbod. In ruil voor een goede daad verwacht ik een immateriële return terug: de warme gloed. Solidariteit of altruïsme begint dus bij egoïsme. Indien iemand tegen u zegt dat u een egoïst bent, dank hem of haar dan voor het compliment. 

Wachten op een atypische politicus

Untitled.png

We blijven momenteel echter vastgeroest in de logica dat je enkel sociaal kan zijn via de overheid en de welvaartsstaat.  

Het is natuurlijk eigen aan de homo politicus om herverkozen te worden (cfr. public choice theorie). Dat tracht hij/zij te bereiken door steeds meer beloftes te doen. Na decennialang beloftes zitten we nu met een veel te log en veel te inefficiënt staatsapparaat. Vrije initiatieven zijn veel efficiënter en veel socialer.

Het is echter wachten op de eerste politicus die niet denkt aan zijn/haar herverkiezing maar aan het algemeen belang. Het is wachten op de eerste politicus die pleit voor een vrije en dus solidaire samenleving. Het is wachten op de eerste politicus die vertrouwt op de civil society. Het is wachten op de eerste politicus die doet wat de huidige politici niet doen. Het is wachten op de eerste politicus die pleit voor een liberale zekerheid i.p.v. een sociale zekerheid. Want, een verantwoordelijk individu heeft geen overheid nodig om sociaal te zijn. 

Liberalisme is de meest sociale ideologie. Het klinkt misschien contradictorisch maar dat is het niet!

Bert Costenoble

Comment