Untitled.png

Nu Uruguay, als eerste land ter wereld, besloten heeft om de productie, verkoop en consumptie van cannabis te legaliseren, ondanks zware druk vanuit conservatieve hoek, oogt het de moeite om eens dichter bij huis te kijken. Bijna twaalf jaar geleden was Portugal de trendsetter op het Europese continent, toen het een decriminalisering doorvoerde van bepaalde drugsmisdrijven.

From Salazar with love

De Portugese drugspolitiek kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht gevallen. Om de origines van het drugsprobleem in het Iberische land te zien, moeten we terugkeren naar de tijd van Antonio Salazar, eerste minister van Portugal tussen 1932 en 1968, met een hoge score op de dictatoriale schaal. Salazar hield met zijn União Nacional (een nationalistische, corporatistische en deels fascistische partij), Portugal decennialang in een sfeer van repressie en protectionisme. Dit alles paste in zijn Estado Novo politiek, waarbij het lot van Angola, Mozambique en de diverse eilandengroepen die nog in de Portugese koloniale portefeuille zaten, gekoppeld werd aan het lot van het Portugese thuisland. Na de machtsovername door Salazars opvolger Marcelo Caetano, een wat kleurloze professor, kwam het land in opstand. Dit leidde tot de Anjerrevolutie van 1974. Portugal, compleet verpauperd en afgesneden van de wereld, kende eventjes een opstoot van marxistische gedachten, die echter – o verrassing – ook niet de verhoopte oplossing bleek te zijn. Al snel ontstond dan ook een parlementaire democratie, gedomineerd door drie partijen: socialisten, sociaal-democraten – in feite schapen in wolvenkleding, want de sociaal-democraten van Portugal voeren al jarenlang een centrumrechtse koers – en een rechts-populistische volkspartij. Ondertussen kregen de Portugese kolonies hun onafhankelijkheid en brachten de vele landgenoten die thuiskwamen van koloniale avonturen, grote hoeveelheden drugs mee. Ook de drugsgolven die Europa overspoelden in de jaren '80 en '90, gecombineerd met de repressieve aanpak van de verschillende regeringen, zorgde ervoor dat de drugsvlek enkel maar uitbreidde. Aan het begin van de 21ste eeuw stond Portugal dan ook met 100.000 mensen die onder de zwaardere categorieën van drugsverslaving vielen.  Tel daarbij de hoogste ratio van HIV besmettingen over de gehele EU, veroorzaakt door vervuilde naalden, en men zat men de handen in de donkere haren.

Speak softly and don't carry a big stick

Anno 2000 hadden de Portugezen dus twee keuzes: ofwel verscherpten ze, zoals de VS en vele Westerse naties geregeld verkiezen, de drugswetgeving, dan wel ging men nadenken over een decriminalisering of zelfs een volledige depenalisering. Alhoewel de commissie die hiertoe werd opgezet al gauw dacht aan een volledige legalisering van softdrugs, bleek deze optie zo goed als onmogelijk, vanwege het keurslijf van Europese en internationale regels waarin Portugal gekneld zat. De grootste consensus, op de Volkspartij na, werd dan ook gevonden in een decriminalisering van drugs. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om een gedeeltelijke decriminalisering. Drugsdealers riskeren nog altijd een criminele straf, maar mensen die betrapt worden met een hoeveelheid drugs die overeenkomt met een tiendaagse consumptie of minder – in casu bv. 25 g marihuana of 5 g hasj – krijgen hooguit een administratieve sanctie, vergelijkbaar met een parkeerboete.

Samen met de decriminalisering werden zogenaamde "ontmoedigingscommissies" opgericht in elk van de 18 Portugese districten, waarin normaal gezien een advocaat, een sociale werker en een psycholoog of medicus zetelen. De bedoeling is dat mensen die betrapt worden met kleine hoeveelheden, zich binnen de 72 uren melden bij zo'n commissie. Daar probeert men zo weinig mogelijk de sfeer van een rechtbank op te wekken, om zo niet de indruk te wekken dat het om een "straf" gaat. Deze commissie maakt dan een onderscheid naargelang de overtreder een recreationeel gebruiker is, dan wel een duidelijk voorbeeld van een verslaafde. In het eerste geval gaat men bij een eerste keer bijna nooit iets doen, na herhaalde inbreuken kan men iemand hoogstens "veroordelen" tot een kleine boete of enkele dagen gemeenschapsdienst. Ook blijft de privacy tijdens deze procedures zo veel als mogelijk gewaarborgd. Voor verslaafden wordt erin voorzien dat ze zich kunnen laten opnemen, maar men probeert zo veel als mogelijk de nadruk op vrijwilligheid te leggen. Het grote voordeel is dat, doordat men het sociale stigma van een strafrechtelijke veroordeling vreest, veel meer mensen geneigd zullen zijn om vrijwillig in behandeling te gaan.

En de resultaten?

Twaalf jaar na de wetgeving, is er, mede door de internationale interesse in het Portugese experiment, ondertussen empirisch materiaal genoeg om aan te tonen wat de wetgeving nu werkelijk veranderde. Had de rechterflank gelijk, toen ze beweerde dat Lissabon anno 2013 het Amsterdam van Zuid-Europa ging worden en het land van Hendrik De Zeevaarder voortaan met een joint in de hand door het leven ging? Kortweg: nee. Dit effect is aantoonbaar op twee fronten. Qua gebruik van drugs in "absolute termen", is Portugal geen weedland geworden. Over het algemeen is het drugsgebruik in absolute termen min of meer gelijk gebleven. Daarbij moet dan nog worden gerekend dat doordat het sociale stigma rond drugs grotendeels verwijderd is, mensen in dergelijke enquêtes eerder geneigd gaan zijn om een eerlijk antwoord te geven. Maar daar waar het drugsbeleid niet zozeer gericht was op het terugdringen van drugs op absolute schaal, heeft het des te beter zijn effect bewezen in zijn werkelijke bedoeling: het terugdringen van HIV-verspreiding, drugs bespreekbaar maken en een stijging van het aantal mensen dat zich vrijwillig laat interneren. Op die vlakken zeggen de cijfers meer dan genoeg: daar waar in 1999 slechts 6040 mensen in behandeling waren, steeg dit in 2003 al tot 14877 en verder tot 24000 in 2008. Data toont aan dat dit niet komt doordat er meer mensen verslaafd geraken, maar juist doordat men zelf vlugger hulp wil zoeken. Verder daalde ook de straatprijs van drugs, waardoor ook het illegaal handelen in drugs minder interessant gemaakt is. Tot slot blijkt Lissabon ook nog niet zo populair te zijn als Amsterdam, want 95% van de drugszaken worden gepleegd door Portugezen zelf.

Untitled.png

Geen wondermiddel

Ondanks alles, is het Portugese model geen wondermiddel. Voor vele liberalen zal het ongetwijfeld (en deels ook terecht) een beleid zijn dat bijlange niet ver genoeg gaat, omdat de staat nog steeds een actieve rol speelt en drugs an sich nog steeds niet volledig geaccepteerd worden. Wat het model wel toelaat, is om drie interessante conclusies te trekken. Ten eerste wordt definitief aangetoond dat een versoepeling van de drugswetgeving niet leidt tot massaal gebruik ervan. Ten tweede blijkt dat zulke aanpak vooral effecten heeft voor de zwaardere druggebruikers, die op deze manier op een efficiëntere manier geholpen kunnen worden. Tot slot toont het ook aan dat het mogelijk is om, als regering, de drugsproblematiek op een pragmatischere, innovatievere manier op te lossen dan in vele andere Westerse landen, waar men nog steeds geen consistent beleid heeft uitgewerkt, maar integendeel vaak de rechtszekerheid verlaagt door nu wel dan niet een onofficieel gedoogbeleid te voeren.

Natuurlijk kan het ook beter, zoals president José Mujica van Uruguay deze zomer aantoonde. Via de zogenaamde marihuana-wet wordt het mogelijk om zelf een (beperkte) hoeveelheid cannabis te produceren, zelf te gebruiken of te kopen in door de overheid erkende apotheken. Maak je echter geen illusies: de wetgeving blijft beperkt tot marihuana, de overheid krijgt een serieuze vinger in de pap te roeren bij de distributie van de drugs en, tot grote spijt van de liefhebbers, geldt de wet enkel voor Uruguayanen. Deze wetgeving staat in schril contrast met de VS, waar recente cijfers aantoonden dat ongeveer de helft van de mensen die in een federale gevangenis zitten, daar zit voor een drugsmisdrijf. Daar zitten ze, voor wat in de meeste gevallen "crimes without a victim" zijn tussen brandstichters, moordenaars en dieven. Eén voordeel: ook president Obama zit met enkele bijtende luizen in zijn pels, sinds de staten Washington en Colorado in recente referenda ook voor een legalisering van marihuana kozen. Er is dus nog een lange weg te gaan, maar de eerste bemoedigende stappen zijn alvast gezet.

 

Filip Batselé

Comment