Oxfam bracht in het nieuws dat de 85 rijkste personen evenveel vermogen zouden hebben als de 3,5 miljard armsten. Op zich een irrelevant weetje, aldus de auteur van dit artikel. Het is niet de vermogensconcentratie maar de manier waarop dat vermogen werd vergaard dat relevant is.

(i)    Inleiding

Inleiding – Begin dit jaar wees Oxfam erop dat de 85 rijkste personen in de wereld evenveel vermogen zouden hebben als de 3,5 miljard armsten. Dat cijfer zelf zegt veel minder dan men op het eerste zicht zou vermoeden.

Opbouw – Wij trachten in dit artikel meer duidelijkheid te verschaffen. Eerst duiden we het belang van kapitaal (ii). Daarna verduidelijken we dat niet de vermogensconcentratie maar de wijze waarop sommigen hun vermogens vergaren soms een probleem is (iii). Vervolgens lichten we nog toe waarom eigendom over kapitaalmiddelen een slechte indicatie is voor het bepalen van degene die er het meeste welvaart uit haalt (iv). Tot slot concluderen we (v) en geven we aan hoe er misschien wel een morele plicht bestaat in hoofden van sommigen om anderen te helpen (vi).
 

(ii)    Kapitaal

Inleiding – De mens is een behoeftig wezen. Zijn natuurlijke toestand is er één van honger, ziekte, brutaliteit en totale miserie. Het is door kapitaalmiddelen gedurende millennia op te bouwen dat we ons traag maar zeker vanuit deze situatie hebben kunnen optrekken tot het huidige niveau.

Arbeid – De mens heeft verschillende doelen en wordt geconfronteerd met een schaarste aan inzetbare materiële middelen en tijd om die doelen te bereiken. Arbeid is dat proces waarmee men goederen in gebruik neemt om zijn doelen na te streven. Men kan daarbij denken aan het plukken van een appel om zich te voeden of het bijeensprokkelen van takken om een hut te bouwen die de mens beschermt tegen het weer en dieren buiten houdt.

Kapitaal – Kapitaal maakt het mogelijk om met dezelfde arbeid de doelen efficiënter te bereiken. Dat wil zeggen dat het toelaat om bijvoorbeeld meer te produceren, hetzelfde te produceren in minder tijd of hetzelfde te produceren met minder schaarse middelen. Het bestaat zowel uit materiële werkmiddelen als kennis.

Consumptie uitstellen – Wezenlijk aan het opbouwen van kapitaal is dat het niet uit de hemel komt vallen. Wie kapitaal wil produceren, streeft een doel na en zal wanneer die dat doel wil bereiken, bepaalde andere plannen moeten opofferen. Immers, hij zit gevangen in een schaarse wereld en moet voor elk extra plan dat hij maakt, andere (potentiële) plannen opofferen. Als de mens tijd steekt in het maken van bijvoorbeeld een ploeg om het veld om te ploegen, betekent dit dat hij minder vrije tijd kan consumeren en waarschijnlijk ook hout en metaal zal moeten gebruiken dat niet langer voor andere projecten kan worden ingezet. 
 

Belang – Het belang van kapitaal valt nauwelijks te onderschatten. Zonder kapitaal kon men slechts leven van de jacht en de pluk. Bij het jagen was men dan overigens beperkt tot datgene dat men met zijn blote handen kon vangen. Of het nu gaat om uw gezondheidszorg en bijhorend ziekenhuis, dan wel over uw voeding  of uw amusement, het is allemaal het effect van kapitaal. Het is allemaal het effect van personen die directe consumptie hebben opgeofferd om zo extra kapitaal te produceren om hun productiekracht in de toekomst te verhogen.

Conclusie – Wie kapitaal schept, offert zelf eigen consumptiemogelijkheden op en verhoogt, voor al wie het kapitaal gebruikt, hetgeen die met zijn schaarse arbeid kan verwezenlijken. Het kapitaal is verantwoordelijk voor het verschil tussen de natuurlijke toestand van miserie en de huidige situatie. Kapitaal maken is geen oorzaak van miserie, het is de oplossing. Het is dat steeds geweest en zal dat ook zijn voor degene die nu nog in armoede leven. We hebben aldus nood aan meer kapitaal. Degene die kapitaal accumuleren zijn helden. Het zijn degene die ons huidige welvaartsniveau mogelijk maken.

Volgende onderdeel – Nu kan men natuurlijk ook kapitaal van anderen stelen. Dan is niet de vermogensconcentratie maar de eigendomsverwerving het probleem. Omdat het proces waarmee vermogensconcentraties worden verkregen zo belangrijk is, gaan we er in het volgende onderdeel dieper op in.


(iii)    Eigendomsrecht

Inleiding – Recht is een beoordelingsnorm van het menselijk handelen en bepaalt wie de hoogste claim heeft op een schaars goed, d.i. wie het mag gebruiken om zijn doelen mee na te streven. Situaties (zoals een vermogensverdeling over een bevolking) op zich kunnen dus onmogelijk rechtvaardig of onrechtvaardig zijn. Situaties kunnen wel rechtmatig of onrechtmatig tot stand komen.

Ruil bij instemming – Bij een vrijwillige ruilrelatie menen beide personen dat ze door de ruil hun situatie verbeteren. Zolang die vrijwilligheid wordt gewaarborgd door een vrijwillige instemming van alle ruilpartijen te vereisen, is de enige manier waarop iemand goederen van anderen in zijn vermogen kan krijgen, door die ander iets aan te bieden dat die waardevoller acht. Anders gezegd, voor elk inkomenselement dat men heeft verworven via vrijwillige ruil, is er een ruilpartner die meende er eveneens op vooruit te gaan. Wie op deze wijze zijn vermogen verwerft is dus prijzenswaardig. Hij hielp anderen.
 
Ruil zonder instemming – Een andere manier om goederen van anderen in handen te krijgen is diefstal. Men kan gewoon andermans goed inpalmen zonder diens instemming. Die wijze van toe-eigening is onrechtvaardig. Merk overigens op dat in het geval van bedrog nooit toestemming verleend is en dat, indien men andermans eigendom dan bij zich houdt, dit eveneens een ruil zonder instemming is.

Schenkingen en erfenissen – Wie zijn vermogen krijgt door middel van erfenis of schenking heeft inderdaad zelf het vermogen niet opgebouwd. Maar het is fout de schenking of het legaat te beoordelen vanuit de schenker of legataris. Het is het recht van de schenker en legataris om over zijn vermogen te beschikken waardoor het rechtvaardig is dat die zijn eigendom overdraagt aan degene die hij daarmee wenst te plezieren. Hetzelfde geldt voor de echtgenoot die mee geniet van de inkomsten die voortvloeien uit het kapitaal dat de huwelijkspartner tot stand brengt.

Conclusie – Niet de vermogensconcentratie maar de wijze waarop vermogens tot stand zijn gekomen, is het relevante criterium om te beoordelen of hier sprake is van onrecht. Het is duidelijk dat bepaalde instituties zoals slavernij, corporatistische bail-outs door de overheid, geldcreatie door centrale banken en andere vormen van overheidsinterventies op onrechtmatige wijze sommige personen zullen hebben verrijkt. Het is wel belangrijk dat we hier niet iedereen over dezelfde kam scheren en dat in het geval we menen dat iemand op onrechtmatige wijze zijn vermogen heeft verworven, we dat onrecht in dat specifieke geval aantonen.

Volgende onderdeel – Het eigendomsrecht over kapitaal kan een verkeerd beeld geven van wie daar voordeel uit haalt. In het volgende onderdeel zullen we aangeven hoe vermogensopbouw door anderen, op basis van het scheppen van welvaart en uitstel van consumptie ook niet-kapitaalbezitters vooruit helpt.


(iv)    Welvaart

Inleiding – Kapitaal hebben, levert op zich geen nut op. Het is pas als men het gebruikt dat het nut oplevert. Het is ook niet zozeer een inkomen dat welvaart verschaft, maar het is het consumeren van dat inkomen, eerder dan het verder opstapelen van kapitaal, dat welvaart verschaft. Wat iemands vermogen is of wat iemands inkomen is, is bijzonder misleidend om diens welvaartsniveau te bepalen.

Afnemende meerwaarde – Wanneer iemand een bepaalde massa kapitaal heeft, neemt zijn persoonlijke nut dat die kan behalen door nog meer kapitaal voor zijn eigen arbeid in te zetten af. Een schup helpt u een heel stuk sneller graven dan degene die met blote handen aan het graven slaat. Hetgeen men kan produceren met eenzelfde arbeidsuur zal spectaculair toenemen wanneer de schup in gebruik wordt genomen. Maar als men een enorme graafmachine heeft aangeschaft, zal een nog duurdere graafmachine die net de prijs van een schup meer kost dan de andere graafmachine, niet diezelfde spectaculaire toename van zijn arbeidsuur tot stand brengen. 

Gebruiksovereenkomsten ¬– Die afnemende meerwaarde is een zegen voor iedereen die geen (of minder) kapitaal heeft opgespaard. Immers, het wordt voor de kapitaalhouder die slechts een schaarste van eigen arbeidstijd heeft, interessant zijn kapitaal uit te lenen aan anderen. Als de kapitalist in plaats van een extra grote graafmachine aan te kopen, er één aankoopt voor iemand zonder (of met te weinig) kapitaal, in ruil voor een vergoeding van die arbeider die groter is dan hetgeen een extra grote graafmachine had kunnen opleveren, maar kleiner dan hetgeen de arbeider extra kan produceren door zijn handen bij het graven in te ruilen tegen een graafmachine gaan beiden erop vooruit. Deze ruil levert en de kapitalist en de arbeider een verbetering van zijn situatie op.

Kapitaal gebruiken zonder sparen – De arbeider wordt dus niet bestolen van zijn arbeid. De arbeider wordt de kans aangeboden zijn arbeid meer te laten renderen dan hij kon met zijn eigen kapitaal. De kapitalist die zijn consumptie uitstelde en zo kapitaal opbouwde, verschaft de arbeider dus de kans om te genieten van het kapitaal zonder dat die arbeider zelf zijn consumptie moest uitstellen, zelf moest sparen om dat  kapitaal op te bouwen. De extra inkomsten uit de verhoogde productiviteit die ontstaat uit het gebruik van het kapitaal, stellen de arbeider overigens in staat, zijn inkomen te verhogen (als die er niet voor kiest van de extra productiviteit te genieten door meer vrije tijd te nemen), en zo die dat wenst meer te consumeren of zelf meer te sparen en aldus zelf kapitaal op te bouwen.

Voorbeelden – Enkel voorbeelden helpen te verduidelijken dat we heel wat nut halen uit het vermogen van anderen. In wiens vermogen de server van Facebook, de stoelen van de Panos of de winkelruimte van de Colruyt bijvoorbeeld zitten, is geen aanwijzing van de verdeling van de welvaart. Mark gebruikt de server niet, u en ik gebruik die server. De Panos-eigenaar zit niet op duizenden krukken. Ik en u zitten daar. De Colruyt-familie geniet niet van de parkeerplaats, de winkelruimte, lage prijzen of het karretje. Ik en u doen dat. Mark werkt niet aan de server. Louis, de technieker van Facebook, doet dat. De Panos-eigenaar heeft geen job en inkomen dankzij de kruk, Michel, die daar werkt, heeft dat. Het is niet Colruyt die aan de kassa staat, maar Anja de kassierster van de Colruyt. 

Gebruiksnut zonder sparen – Het nut dat betrokkenen uit elk van die kapitaalgoederen halen is steeds groter dan het nut dat de kapitaalbezitter uit dat specifieke kapitaalgoed haalt. Die mensen die spaarden en kapitaal cumuleerden dat andere kunnen benutten zijn daarom mijn helden van elke dag. Ze geven me een toegang tot de voordelen van sparen zonder dat ik er consumptie voor moet uitstellen. Ze zijn de grootste bijdrage tot de welvaart die we hebben. Beeldt u een wereld in zonder die mensen hun kapitaalgoederen.

Accumulatie – Wie kapitaal goed beheert, kan dat in omvang laten groeien. Wie dat slecht doet, zal het aan schuldeisers verliezen, die dan kunnen proberen het efficiënter aan te wenden. Een zekere vorming van kapitaalconcentraties is dus normaal en helpt tevens het kapitaal efficiënt te beheren zodat het in stand wordt gehouden en groeit en ons allen nog meer kan helpen meer te doen met dezelfde arbeidstijd die we hebben.
 

Conclusie – Groot kapitaal geeft mensen de mogelijkheid te genieten van de voordelen van kapitaalgoederen, zonder dat ze zelf hun consumptie moesten uitstellen. Ze zijn zelf geen probleem, ze zijn de grootste hulp die elk van ons heeft om problemen te overwinnen die eigen zijn aan de menselijke behoeftige situatie.


(v)    Conclusie

Kapitaal en eigendom – Het probleem is niet dat sommige mensen veel kapitaal hebben. Het probleem is eerder dat de rest er zo weinig heeft gecreëerd door consumptie op te offeren voor het scheppen van kapitaal. Wat we moeten doen om onze situatie structureel te verbeteren, is meer kapitaalgoederen produceren door consumptie uit te stellen en een vermogen over te dragen aan onze nabestaanden. Daarnaast moeten we natuurlijk het rechtssysteem verder aanpassen zodat men enkel andermans arbeid en middelen kan gebruiken wanneer die vrijwillig instemt omdat die meent dat diens toestand erop verbetert en daarvan blijk geeft door vrijwillig in te stemmen met de ruil. In tegenstelling tot wat Oxfams slogans deden vermoeden, zijn degene die grote vermogens hebben goed bezig, het is de rest die achterblijft. En soms is dat inderdaad het gevolg van onrechtmatig handelen. We helpen de achterblijvers door eigendomsrecht te beschermen en consumptie uit te stellen, niet door diegenen die het al goed doen te plunderen.  

Volgende onderdeel – Waar vermogensconcentraties op zich geen probleem vormen, betekent dit natuurlijk niet dat er vormen van ongelijkheid zijn waar vraagtekens bij geplaatst kunnen worden. Die vraagtekens horen evenwel thuis in de morele orde en worden dan ook in een aansluitend onderdeel kort aangeraakt.


(vi)    Ter uitleiding: consumptieongelijkheid en morele verantwoordelijkheid

Inleiding – Het voorgaande betekent natuurlijk niet dat meer relevante ongelijkheden, zoals consumptieongelijkheden, misschien wel zinvol zouden kunnen bekritiseerd worden. Het lijkt me immers dat het de persoonlijke morele plicht is van elkeen om na te gaan of de positieve gevolgen die een handelen heeft op de eigen situatie wel proportioneel zijn t.o.v. de gevolgen die dat handelen heeft op de situatie van anderen. 

Morele verantwoordelijkheid – In zoverre men in staat is om de ander zijn situatie te verbeteren door een opoffering die in de eigen situatie weinig verschil zou maken, lijkt me het de morele plicht te zijn die ander te helpen. Elkeen is verantwoordelijk voor het verschil tussen de toestand van andere zoals die zich verwezenlijkt en zoals die had kunnen zijn bij een ander handelen. Maar die verantwoordelijkheid vereist geen totale zelfopoffering en heeft de proportionaliteit zoals die hiervoor net is uiteengezet als toetssteen. 

Morele plicht is geen recht – Dat hier een morele plicht bestaat, betekent evenwel niet dat men het via het recht die plicht zou moeten handhaven. Integendeel. Rechtvaardigheid gaat over recht, over welke claims men met geweld mag afdwingen, over de ethiek van geweld. Morele verantwoordelijkheid daarentegen gaat over morele verplichtingen jegens de anderen, de ethiek van de vrijwillige interactie. De morele verantwoordelijkheid mag niet vermengd worden met de rechtvaardigheid omdat men dan dreigt de morele verantwoordelijkheid met geweld af te dwingen en dus de ethiek van het geweld, en de restricties die de ethiek van het geweld op het gebruik van geweld zet, overboord te gooien. Daardoor zal men in de meest ongeciviliseerde samenleving belanden: de samenleving die geen terughoudendheid heeft om geweld te gebruiken, geen ethiek van geweld kent, een samenleving die selecteert wat wel en niet gebeurt op basis van wie het meest bereid is geweld tegen anderen in te zetten om zijn visies en doelen te verwezenlijken, een samenleving die werkt op een selectiesysteem van geweld. Zo’n totalitaire (theocratische) rechtsorde herleidt mensen tot het object van andermans morele plannen, terwijl de erkenning van eigendomsrecht daarentegen de middelen aanwijst die men mag gebruiken om eigen doelen na te streven, inclusief zijn morele plicht en de kans geeft om aldus te ontsnappen aan dwalende ideeën, immorele leiders en falende instituties door zijn middelen elders in te zetten.

Quid kapitaalconcentratie? – We willen hier nogmaals benadrukken dat consumptie minderen om anderen te helpen die het slechter hebben, daarbij een morele plicht kan zijn, maar het twijfelachtig is of het vernietigen van het kapitaal door het op te consumeren of aan hen uit te delen die anderen hun situatie zal verbeteren. Het tegendeel lijkt waarschijnlijker als we rekening houden met het verschil tussen de natuurtoestand van de mens en de huidige samenleving die gebruik kan maken van kapitaal. Kapitaalaccumulatie lijkt zelfs een wijze waarop men andere middelen ter beschikking kan stellen om hun productievermogen te vergroten en aldus hun situatie te verbeteren.

Conclusie – Er bestaan wel redenen om een meer egalitaire inkomensverdeling te bepleiten. Maar de plichten die bestaan om voor anderen te zorgen zijn morele plichten en geen rechten. Zorgen voor elkaar doen we met vrijwillige interactie en niet met geweld. Een morele plicht is een verplichting die men enkel met afkeuren en goedkeuren mag proberen af te dwingen. 

 

Jitte Akkermans

Comment