Untitled.png

In 2013 stonden meer dan duizend mensen op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie.  In een wereld die steeds verder evolueert, zeker op wetenschappelijk en medisch gebied, kunnen we verwachten dat de stand van de technologie het mogelijk zal maken om steeds meer organen van overledenen te redden voor transplantatie, waar deze vandaag niet in aanmerking voor komen.

Dat betekent echter niet per se dat ook de wachtlijsten zullen verminderen. Nieuwe technieken en vooruitgang betekenen ook dat men er steeds beter in zal slagen complexere transplantaties die vandaag onmogelijk zijn toch uit te voeren. Medische vooruitgang betekent dus niet alleen meer potentiële donoren, maar ook meer behoevenden die in aanmerking komen voor een levensreddende orgaantransplantatie.

Een tekort in het aanbod van organen zal dus steeds een systematisch probleem blijven. De vraag is of een markt in organen een mogelijke oplossing biedt die dit aanbod kan opkrikken zodat meer levens gered kunnen worden. Zo heeft bijvoorbeeld Iran een gereglementeerde markt in menselijke nieren, en is het Iraanse systeem, hoewel geplaagd door vele onvolkomenheden, erin geslaagd de wachtlijst voor nieren in tien jaar tijd weg te werken. Voor een (begin van) antwoord op onze vraag, bekijken we eerst hoe de vraag en het aanbod van organen vandaag wordt gecontroleerd. Dan kijken we kort of de vrije markt misschien soelaas kan brengen en orgaandonatie kan stimuleren, terwijl we tevens de voornaamste bezwaren tegen zulk een vrije markt in organen overlopen.

 

Orgaandonatie vandaag: altruïsme troef?

 

De regeling in België vandaag is gelijkaardig aan die van de meeste andere landen. Orgaandonoren kunnen levend of dood zijn. Voor overleden donoren geldt in België een opt-outsysteem; dit houdt in dat mensen die overlijden en in aanmerking komen als donor geacht worden toe te stemmen in het weghalen van organen voor transplantatie, tenzij deze persoon zich daar tijdens zijn leven heeft tegen verzet of de familie bezwaar maakt tegen de weghaling.

De mogelijkheid van een vrije markt in organen betreft vooral levende donoren. Vandaag is het mogelijk om tijdens het leven een orgaan te laten weghalen om iemand anders te helpen. Dit kan voor organen die vanzelf weer aangroeien. Organen die niet weer aangroeien kunnen niet worden gedoneerd, tenzij het leven van de ontvanger in gevaar is en de transplantatie van een dode donor niet het verhoopte resultaat oplevert.

Belangrijk is dat de wet bepaalt dat het schenken van organen gratis moet zijn en de handel in organen ten strengste is verboden. Het doneren van organen mag dus niet met winstoogmerk gebeuren. Maar is dit wel optimaal? Zou het aanvaarden van winstoogmerk of vergoeding niet juist kunnen leiden tot een groter aanbod in organen dan vandaag het geval is? Vandaag rekent men immers uitsluitend op het altruïsme van levende donoren, maar hoewel dit een zeer nobele gedachte is, blijkt dit in realiteit allesbehalve voldoende om iedereen te helpen.

 

Het taboe van de organenmarkt

 

Het toestaan van financiële compensatie en winstoogmerk op het gebied van orgaandonatie blijft een gedachte die op veel weerstand stuit en door velen met verontwaardiging wordt onthaald. Tegenstanders maken vaak bezwaren die op het eerste zicht legitiem zijn, maar uiteindelijk niet zo overtuigend zijn als ze lijken.

Een vaak gehoorde kritiek is dat het verkopen van organen een commodificatie van het lichaam inhoudt en daarom immoreel is. Het lichaam van de mens wordt als het ware gedegradeerd tot koopwaar en de fysieke integriteit wordt te grabbel gegooid aan de zo verafschuwde marktprijzen.

Men gaat er dus vanuit dat het verkopen van organen intrinsiek slecht is en daarom verboden zou moeten zijn. Voor zij die vertrouwd zijn met de liberale gedachte kan deze kritiek vreemd in de oren klinken. Het individu is immers eigenaar van zijn eigen lichaam, en in principe staat niets hem in de weg om te doen met zijn lichaam wat hij wenst, inclusief het laten weghalen van zijn organen (lees: zijn eigendom) en deze verkopen.

Indien men dit niet aanvaardt, zegt men dus eigenlijk dat niet het individu, maar wel iemand anders de zeggenschap heeft over het lichaam van dat individu, en dat diens lichaam dus in wezen de eigendom is van een ander. Dit lijkt mij persoonlijk een nog veel schadelijkere stelling dan de principiële vrijheid van elk individu. De enige aanvaardbare beperking op deze vrijheid is de situatie waarin het uitoefenen ervan ernstige schade zou toebrengen aan de vrijheid van anderen.

Zo lijkt het inderdaad te verdedigen dat het een zwangere vrouw niet is toegestaan een vitaal orgaan te verkopen, vermits het niet alleen haarzelf kan schaden, maar ook levensbedreigend is voor het ongeboren kind dat ze in zich draagt. Bovendien lijkt deze kritiek ook tegenstrijdig met de goedkeuring van gratis orgaandonatie. Als men immers ontkent dat een individu beschikkingsmacht heeft over zijn lichaamsdelen, dan zou dit evenzeer moeten gelden voor de donatie zonder enige vergoeding. Vermits men deze beschikkingsmacht wel degelijk erkent door het toelaten van ‘altruïstische’ donatie, is er geen enkele reden om aan te nemen dat een financiële vergoeding hier iets aan verandert.

Daarenboven bestaan er ruim voldoende alternatieven voor een zo verachte vergoeding in contant geld die aan de orgaandonatie een aroma van uitbuiting en hebzucht geeft. Zo is het niet ondenkbaar dat het financieel voordeel voor de donor kan worden vormgegeven door bv.  een belastingvoordeel toe te kennen, een levenslange gratis ziekte- en hospitalisatieverzekering, en dergelijke meer.

Ten tweede uiten tegenstanders de vrees dat het vooral de allerarmsten zullen zijn die hun organen noodgedwongen zullen verkopen aan welvarende behoevenden. Men schetst het beeld van de drugsverslaafde dakloze die uit pure wanhoop een orgaan verkoopt om de volgende dag te kunnen overhalen.

Dergelijke scenario’s zullen echter (bijna) nooit voorvallen: in een markt voor organen zullen, net zoals bij alle andere zaken, standaarden ontwikkeld worden die het gedrag van alle actoren beheersen. Ziekenhuizen en dokters die transplantaties uitvoeren die extreem risicovol zijn door bv. de erbarmelijke toestand waarin de donor zich bevindt zullen ontmoedigd worden dergelijke roekeloze praktijken te begaan door bv. de immense schadeclaims in aansprakelijkheid die ze zich daarmee op de hals halen. Opnieuw kunnen de modaliteiten van de vergoeding (bv. levenslange gratis hospitalisatieverzekering) tegemoetkomen aan deze vrees. Een wanhopig iemand die enkel uit is op hard geld om zijn zelfdestructieve levensstijl te kunnen volhouden, zal hierdoor niet aangemoedigd worden uit radeloosheid een orgaan af te staan.

Vaak wordt nog opgeworpen dat arme of wanhopige mensen in feite niet vrij hun orgaan afstaan, maar eerder ‘gedwongen’ worden door anderen die hen onder druk zetten hun orgaan te verkopen. Ook dit is een valse hinderpaal. Het feit dat men tot een bepaalde handeling gedwongen kan worden staat er niet aan in de weg dat deze handeling op zichzelf genomen perfect legitiem kan zijn.

Dit geldt trouwens voor alles wat verkocht kan worden; in ons recht is het sowieso verboden iemand onder dwang een overeenkomst te laten sluiten en een op deze manier ontstane overeenkomst kan vernietigd worden. Het feit dat men onder druk gezet kan worden om bv. een zeldzame edelsteen te verkopen, betekent daarom toch nog niet dat het verkopen van edelstenen verboden zou moeten worden. Bovendien is dit een bezwaar dat evenzeer, en in sommige gevallen zelfs nog meer, geldt voor de gratis donatie van organen. Zo kan iemand door zijn familie onder emotionele druk geplaatst worden een orgaan af te staan voor een familielid. In vele gevallen is deze vorm van dwang veel ingrijpender voor de donor in kwestie.

Een laatste vaak gehoord tegenargument is dat donoren onachtzaam zullen omspringen met de risico’s van orgaandonatie wanneer zij daar winst uit kunnen halen.  Mensen zullen, verblind door geld, geneigd zijn de gevaren en nadelen te onderschatten of zullen nalaten zich daarover voldoende te informeren alvorens zij deze belangrijke stap zetten.

Deze vrees kan echter opgevangen worden door allerhande mechanismen die nu al bestaan in ons recht. Zo kunnen er informatieverplichtingen worden ingelast waarbij ziekenhuizen en uitvoerende chirurgen de donor moeten waarschuwen omtrent de risico’s, of kan er in sommige gevallen een wachtperiode ingebouwd worden die men moet respecteren vooraleer men kan voortgaan met de procedure. Daarbovenop is er nog de reeds vermelde aansprakelijkheid, die professionelen aanzet tot voorzichtige en weloverwogen beslissingen. Operaties die onverantwoord veel gevaren voor de donor met zich meebrengen, zullen aldus geweigerd worden.

 

Voorbij het taboe

 

Untitled.png

Een markt in organen heeft enkele veelbelovende voordelen. Door de financiële prikkel om organen af te staan zal het aanbod aan dergelijke organen uiteraard toenemen nu het niet meer uitsluitend afhankelijk is van de altruïstische motieven die vaak enkel te vinden zijn bij de naaste familie van ontvanger. Naast de voor de hand liggende voordelen zoals minder lange wachtlijsten, kan dit ook een positief effect hebben op de kwaliteit van de transplantaties.

Door het toenemende aantal organen in omloop hebben artsen en patiënten meer keuze tussen verschillende organen en kunnen ze dus de meest geschikte donoren vinden, daar waar men vandaag zal moeten roeien met de riemen die men heeft. Suboptimale transplantaties kunnen aldus worden vermeden.

Het toenemende aanbod is niet alleen voordelig voor de ontvangers, maar ook voor bepaalde would-be donoren. Donoren die vandaag aanzienlijke schade zouden lijden door hun orgaandonatie, kunnen vervangen worden door mensen die als het ware  ‘beter geplaatst’ zijn om een orgaan te doneren.

Zo is er het voorbeeld van de 21-jarige Amerikaanse atleet Cameron Lyle die vorig jaar zijn veelbelovende topsportcarrière voorgoed opgaf om het leven van een volstrekte vreemde met leukemie te redden door middel van een beenmergtransplantatie. Wat hier geldt voor beenmerg, is evenzeer toepasselijk op organen (en ander weefsel).

Dergelijk verhaal is natuurlijk een ontroerend voorbeeld van diepmenselijke solidariteit en naastenliefde, maar slechts weinigen zullen deze situatie verkiezen boven een scenario waarbij zowel de topatleet kan blijven sporten én de leukemiepatiënt gered wordt. Bij een groter aanbod aan organen valt zo’n tweede scenario steeds meer binnen handbereik.

Ten slotte moeten we de realiteit onderkennen dat er vandaag de dag wel degelijk organen verhandeld worden. Het probleem is dat deze zwarte markt in organen in duisternis is gehuld en hierdoor juist de vrees van tegenstanders van een reguliere markt in organen bewaarheid wordt.

Net omdat het recht geen vat heeft op deze zwarte markt, zien we hier schrijnende gevallen van straatarme mensen (vaak uit India of China) die in levensgevaarlijke omstandigheden van hun organen worden beroofd, waarna deze worden doorverkocht aan rijke mensen tegen woekerprijzen. Vergelijkbaar met de drugsmarkt geldt ook hier dat een legalisering het mogelijk zou maken een vat te krijgen op dit fenomeen, zodat er toezicht kan worden uitgeoefend, verkopers en ziekenhuizen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor hun daden, veiligheids- en hygiënestandaarden kunnen worden ontwikkeld, en dergelijke meer.

 

Conclusie

 

Het idee van de handel in organen blijft voor velen een instinctief weerzinwekkende gedachte. Of het nu gaat om de menselijke waardigheid, of de vermeende institutionalisering van de ongelijkheid tussen arm en rijk: het lijkt alsof organenhandel de wereld alleen maar perverser en slechter af kan maken.

Nochtans is de idee van organenhandel er een dat is ingegeven door de oprechte bekommernis om de levens van de vele mensen die maanden- en vaak jarenlang in kwellende onzekerheid leven. Als we voorbij het taboe kijken, zien we dat de vaak gemaakte bezwaren niet zo pertinent zijn als ze lijken, en dat daarentegen een markt in organen op grond van het zelfbeschikkingsrecht van elk individu juist een unieke kans biedt om mensen te vullen met hoop en leven.

 

Dimitri Sonck

Comment